Pendelmediation

Een klein makelaarskantoor wordt in 2009 overgenomen door twee jonge makelaars. Eén van hen had ongeveer tien jaar geleden een periode bij het kantoor in loondienst gewerkt. Naast een receptioniste/telefoniste en een jonge medewerkster voor de administratie was er een makelaar in dienst, een dame van 61 jaar, die al dertig jaar in dienst was. Ze had met één van haar nieuwe werkgevers als collega ’s gewerkt. 

Deze samenwerking was destijds al moeizaam en ze verzuchtte dat ze blij was toen hij zijn vertrek aankondigde.

Partijen hadden beiden gevraagd om een apart voorgesprek. Tijdens deze gesprekken werd duidelijk dat de werkgever de voorkeur had om de arbeidsrelatie te herstellen, waaraan vooral een financieel belang ten grondslag lag. “We komen de tijd tot haar pensioen nog wel door”. Mocht het toch tot beëindiging komen, dan wilden ze er geen cent aan uitgeven. Enerzijds omdat het geld er niet was, anderzijds omdat ze het geheel onterecht zouden vinden. De werkneemster, een echte dame uit het Gooi, gaf aan – hierin gesteund door haar echtgenoot – niet meer terug in haar functie te kunnen en te willen. Ze voelde zich te vernederd en gekwetst. Ze gaf aan mee te willen werken aan een oplossing. Ze zei ook dat ze het niet aan kon om met de werkgever aan tafel te gaan zitten om te proberen de kwestie op te lossen onder leiding van een mediator. Ik vertelde haar dat ze kon kiezen uit óf een juridische oplossing, wat veel tijd en geld kon kosten, óf uit een pendelmediation, waarin partijen niet fysiek met elkaar om tafel gingen.

Beiden partijen gaven aan de werkhouding van de andere partij af te keuren. Woorden om hier uitdrukking aan te geven waren oudbollig, belegen, te kort door de bocht, geen aandacht voor de klant, nieuwerwetse fratsen etc.

Ik stelde ook aan de werkgever een pendelmediation voor waarbij ik hen voorhield dat je dan praat over exit. Na een paar dagen bedenktijd en wat googelen, gaven beide makelaars aan hieraan mee te willen werken. Ook de werkneemster gaf aan een poging te willen doen.

Op vrijdagmiddag verscheen mevrouw en haar echtgenoot, vergezeld van een juridisch adviseur van de DAS. Deze adviseur leverde schriftelijk al vanaf de overname strijd met de twee makelaars over de rechtspositie van haar cliënt. Bij elke verandering die de heren voorstelden en die mevrouw niet beviel, kwam er een brief van de DAS. Fysiek hadden de makelaars en de adviseur elkaar nooit ontmoet. De werkgever zag af van juridische ondersteuning. Ze hadden geen moeite met de adviseur van de werknemer.

Na doorlezing en ondertekening van de mediationovereenkomst, elk in een aparte ruimte, begon het gesprek. Partijen gaven, via de mediator aan de route van ‘afscheid nemen’ vanmiddag te willen onderzoeken. Het onderhandelen begon op het moment dat de adviseur van de werknemer een voorstel deed. De werkgever gaf aan: “zij wil weg, dus moet zij maar een voorstel doen”. Er werd vijf uur lang onderhandeld over de beëindigingvergoeding en over het concurrentie/relatie beding. Steeds opnieuw verscheen ik in de kamer van één van de partijen met een voorstel of tegenvoorstel. Compromis op compromis werd bereikt, al ging het niet op alle punten even soepel.

Het resultaat was dat er om 18.30 uur alvast één afspraak werd vastgelegd en door partijen ondertekend over de hoogte van de beëindigingvergoeding en op welke momenten dit zou worden uitbetaald. Een concept vaststellingsovereenkomst zou elke partij op maandag per email ontvangen.

De werkneemster en haar gevolg vertrokken als eerste, waarbij mevrouw mij met tranen in de ogen een kus op de wang drukte. Ze had nooit durven geloven dat het zou lukken. Haar echtgenoot (een echte gentleman) drukte mij een kus op de hand. Op de opmerking van de adviseur van de DAS die zei dat ze tot dit moment niet gedacht had dit dossier ooit met goed gevolg te kunnen afsluiten zei ik dat ik vanaf het begin wel optimistisch was, “ik ben nogal een vasthouder” zei ik, “ik geef niet snel op”!

De twee jonge makelaars bedankten mij vervolgens omstandig en waren ook heel blij. Ze hadden nog nooit gehoord van mediation en zeker niet van pendel mediation, maar na vandaag zouden ze het collega ’s, die een conflict kregen in hun organisatie, van harte aanbevelen. Ook zij hadden niet gedacht dat het vandaag zou lukken.