///Mediation: niet voor Handige Harries
Onze mediator Carst Joustra schreef onderstaand stuk voor Mr. Online.

Mediation: niet voor Handige Harries

Mediation is niet voor Handige Harries, zo leert een van ‘s lands meest ervaren opleiders Dominique Nelissen jaarlijks aan nieuwe mediators in spé. Want tactisch onderhandelen met trucjes leidt misschien tot een quick & dirty deal, of juist tot gewenste vertraging. Maar het leidt niet tot een evenwichtige oplossing waar partijen een jaar later nog tevreden mee zijn en mee verder kunnen. Vaak ziet de mediator de echte intenties van partijen, maar (ook) mediators zijn niet helderziend.

Betrokkenen beginnen soms met frisse tegenzin aan mediation: ‘gedwongen’ door een contractuele bepaling (gij zult eerst mediation proberen), onder druk van medebestuursleden, of op advies van de arboarts. En dat kan schuren, omdat mediation zonder voldoende commitment van betrokkenen niet werkt.

Maar wat niet is, kan komen. Ondanks aanvankelijke weerstand kunnen aan tafel met een mediator dingen gebeuren die maken dat er toch een constructief gesprek ontstaat. En zo’n gesprek kan – met geduld, deskundige begeleiding en soms wat geluk – uitlopen in een werkbare deal: Een integrale oplossing, of een deeloplossing die maakt dat partijen toch een stap verder geholpen zijn.

Arbeidsmediation

Gesterkt door zo’n recent voor-de-poorten-van-de-hel-weggesleept succes schoof mediator Emma aan voor een arbeidsmediation tussen twee heren van een bekende salesorganisatie. Het was een mediation na doorverwijzing van arboarts, waarbij partijen hadden al maanden geen direct contact meer gehad. De casus was niet uniek: Een bedrijf in transitie, gedoe binnen het team, een lastige markt. De werknemer had zich na een voor hem onwerkbare situatie met burn-outklachten ziek gemeld.

De agenda’s van werknemer en werkgever waren weerbarstig en het duurde lang voordat de twee voorgesprekken plaats hadden gevonden. Dat kan een indicatie voor het gebrek aan commitment zijn. Maar toen uiteindelijk de gezamenlijke sessie plaatsvond leek zowaar het vertrouwen (deels) herstelbaar te zijn. De heren – gepokt en gemazeld in verkooponderhandelingen – toonden zich hoffelijk en leken bereid te luisteren. Begrip groeide: de complexiteit van veeleisende klanten, de eigenaardige bedrijfscultuur en vele nationaliteiten maakten het voor niemand makkelijk. Over en weer werd er geïnteresseerd gereageerd op de belangenkaarten, de twee met hulp van de mediator gemaakte lijsten van partijbelangen. Zo’n lijst helpt, omdat het op neutrale toon de cruciale elementen weergeeft die elk in een oplossing terug wil zien.

Betrokkenen toonden daadkracht, het was tijd voor spijkers met koppen. Als volgende stap besloten partijen in mediation de condities een afscheid van de werknemer te verkennen, in een te plannen gesprek met adviseurs op de achtergrond. De stemming tussen de heren gaf aanleiding tot enthousiasme, maar Emma was er niet gerust op: dit ging wel heel soepel. Miste ze hier niet iets?

Voorgevoel

Dat voorgevoel bleek te kloppen toen mediator Emma een kopie kreeg van de namens de werknemer gestuurde stevige brief. Ze las deze brief aan de werkgever met stijgende verbazing. Er was ergens iets gruwelijk misgegaan. Uit de brief met een weergave van de vertrouwelijke gesprekken tijdens de mediation, rees een beeld dat zij niet herkende. Emma had het gevoel dat ze een rol in een toneelstuk had gespeeld. Onbedoeld.

Binnen vijf minuten hing de werkgever aan de telefoon, ziedend. Het lukte mediator Emma ondanks de vragen die zij zelf had om de professionele rol van neutrale verbinder tijdig te hervinden. Met de mildheid die mediators kan helpen, omschreef ze de advocatenbrief als “wat hoekig geformuleerd, die de gemaakte procesafspraken wat ongelukkig doorkruiste.” Maar de werkgever zag dat minder genuanceerd. Hij zag de entree van de advocaat op zich al als oorlogsverklaring. Daarnaast was hij duidelijk over de inhoud: een aaneenschakeling van leugens en gedraai, gericht op de hoofdprijs in de onderhandeling. Hij voelde zich plat gezegd genaaid: “die Soepele Barry moet niet denken dat hij zulke rattenstreken kan flikken.”

Nog voordat de mediator zich goed af kon vragen of zij zelf nog voldoende vertrouwen had voor een verkennend belrondje, loste de werkgever dat dilemma op: de kiezelharde sommatie met concept dagvaarding liet aan duidelijkheid niets te wensen over. Partijen waren het voor het eerst volledig eens: de tijd van mediaten was voorbij, tijd voor een juridisch gevecht. Mediation, vaak nuttig en effectief. Maar niet voor Handige Harries – of Soepele Barries.

Door |2019-01-28T15:15:25+00:0028 januari 2019|arbeidsmediation, praktijkcase|

Over de auteur:

X