/, Connie's Conflict Columns, praktijkcase/Al doende leert men…. een arbeidsmediation

Al doende leert men….

Ik was nog niet heel lang als mediator werkzaam toen ik een mediation kreeg waarbij twee werknemers van een groot havenbedrijf betrokken waren. Twee bomen van kerels met norse gezichten zitten in de uiterste hoeken van de spreekkamer wanneer ik ze kom halen voor de eerste bijeenkomst. Ze antwoorden kortaf met ‘nee’ op mijn vraag of ze iets te drinken willen. Ze volgen me zwijgzaam naar de mediationruimte en nemen al even zwijgzaam plaats, zo ver mogelijk uit elkaar.

Jan en Piet

Ik vraag ze hoe ze gewend zijn om elkaar aan te spreken. Voor het eerst kijken ze elkaar aan. Voor het eerst zie ik ook een kleine opening in de gesloten houding van de mannen. Ehhh, ik noem hem al bijna mijn hele leven ‘Jan’ en hij mij ‘Piet’. De ander knikt alleen. Ik vraag of het goed is om elkaar tijdens de mediation ook bij de voornaam te noemen. Ze knikken en zwijgen weer. Het masker zit weer op hun gezichten.

Sinds de kleuterschool

Nadat de mediationovereenkomst is getekend vraag ik naar de arbeidsrelatie, hoe lang deze al bestaat, wat de verhoudingen zijn, hoe de samenwerking altijd is verlopen etc. Ze blijken elkaar al te kennen vanaf de kleuterschool. Altijd beste vrienden geweest. Samen een tijdje op de grote vaart gezeten en nu al bijna vijftien jaar bij dezelfde baas in de haven aan de slag. Hun vrouwen zijn beste vriendinnen en ook de kinderen hebben onderling een hechte band. Er komen anekdotes op tafel van dingen die ze samen hebben meegemaakt, er wordt gelachen. Het ijs lijkt te breken.

Vuist op tafel

Wanneer ik vraag wat maakt dat ze dan nu samen in deze mediation zitten, slaat de sfeer direct om. De gezichten gaan weer op onweer en de armen strak over elkaar. Ze beginnen met stemverheffing door elkaar heen te praten. Ik probeer tussen beide te komen en benoem de emoties die ik zie en geef aan te snappen dat het allemaal niet makkelijk is. Ze kalmeren wat. Ik vraag of we afspraken kunnen maken over de communicatie. Naar elkaar luisteren en niet in de reden vallen wordt de belangrijkste afspraak. Ik leg uit dat ze allebei voldoende tijd en ruimte krijgen om hun verhaal te doen en dat in de reden vallen dus niet nodig is. Weer wordt er steeds harder gepraat, verwijten zijn niet van de lucht en ik schrik me rot als een van beide een keiharde klap met zijn enorme vuist op tafel geeft. Het kost me moeite om aandacht te krijgen en te vragen hoe ze vinden dat het gesprek verloopt. Ze zijn het met elkaar eens dat het niet goed verloopt. Ik benoem de emoties die ik zie en check of ze hier zitten om ruzie te maken of om een oplossing te vinden. We maken nog meer afspraken over de wijze van communiceren: luisteren, uit de verwijtende sfeer blijven etc, etc.

Niets werkt

Het gesprek escaleert weer. Ik hoor woorden die ik nog nooit in mijn leven heb gehoord. Interventies die ik probeer in te zetten slaan niet aan. Ik begin me steeds ongemakkelijker te voelen. Uit een soort machteloosheid sta op en loop naar het raam. Vanaf de negende verdieping van het kantoor waar ik zit heb ik een prachtig uitzicht over de havens. De ‘bomen’ achter mij ruziën nog steeds door. De moed zakt in mijn schoenen, wat moet ik hier mee?

Stilte

Ik weet niet hoe lang ik daar uit het raam heb staan staren maar op een gegeven moment viel het me op dat het stil was geworden achter mijn rug. Toen ik me omdraaide zag ik twee beteuterde ‘kleutertjes’ van bijna twee meter naar de tafel staren. Ik nam plaats op mijn stoel en complimenteerde ze dat ze wel heel goed ruzie konden maken. Jan nam als eerste het woord. Hij was niet gekomen om ruzie te maken. Hij was gekomen om het goed te maken. Hij miste zijn vriend en collega. Het akkefietje stond wat hem betreft niet in verhouding tot het plezier wat ze altijd samen hadden gehad. Hij had spijt van de dingen die hij in een woedebui had geroepen. Piet ontdooide bij ieder woord van Jan. Hij miste hem ook, en hij had zelf ook dingen gezegd die te ver gingen.

Biertje

Ze stonden op en gaven elkaar een enorme omhelzing. Bij Jan zag ik zelfs een traan over zijn ruwe stoppelwang biggelen. Nadat ze elkaar hadden losgelaten, kreeg ik een omhelzing. Bungelend tussen de twee bomen mompelde ik iets van geen dank en dat ze het uiteindelijk zelf hadden gedaan. Ze gingen een biertje drinken en vroegen of ik mee ging. Maar niet gedaan. Vanuit de deurpost bekeek ik beduusd hoe de twee vrienden pratend en lachend naar de lift liepen.

Bizarre casus en een geweldige leerschool. De interventie van opstaan en uit het raam kijken heb ik bij ruziënde partijen die niet stil te krijgen zijn nog regelmatig met succes toegepast.

Door |2017-09-27T16:20:09+00:003 april 2017|arbeidsmediation, Connie's Conflict Columns, praktijkcase|

Over de auteur:

Connie Witjens is MfN-registermediator bij Result Mediation, gespecialiseerd in arbeidsmediation en echtscheidingsmediation.